style="width: 280px; height: 144px;"
src="http://orpneplog.web-log.nl/neplog/images/neplog_2.jpg"
title="OpRuwePlanken" alt="Neplog" border="0" />href="http://orpneplog.web-log.nl%20/">
Op Ruwe Planken Neplog
Wedstrijd 2007
donderdag 11 oktober 2007
maandag 8 oktober 2007
Iedereen bedankt.
Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen, ik ben bang dat dit het laatste zal zijn dat ik hier schrijf. Mark en ik hebben samen afgesproken dat ik er mee zal stoppen.
Ik denk dat de dingen te persoonlijk geworden zijn om er verder zo openlijk over te schrijven. Bovendien hebben we even tijd nodig om alles uit te praten. Om alles te bespreken dat we totnutoe nooit uitspraken en waardoor alles zo uit de hand is gelopen.
Het gaat wel weer wat beter met me en met ons.
Eergisteravond kwam Mark rond een uurtje of zeven thuis. Ik zat met Tobi tv te kijken en keek de hele tijd nerveus uit het raam. Eindelijk zag ik de koplampen.
Hij liep zwijgend door de huiskamer te ijsberen en keek met een verwilderde blik om zich heen. Ik voelde de tranen achter mijn ogen branden zo radeloos zag hij eruit. Hij pakte de hand van Tobi en bleef met zijn duim over zijn hand wrijven terwijl Tobi hem vragend aankeek. Toen kon ik het niet meer aanzien. Zo verdrietig als hij eruit zag. Ik heb hem toen bij zijn hand gepakt en meegesleurd naar de laptop. Zonder iets te zeggen heb ik hem de log over mijn ontmoeting laten lezen. Hij las het en keek naar me op. Daarna stond hij op zonder iets te zeggen en pakte hij me stevig vast. In zijn armen heb ik een potje staan janken terwijl Tobi zich ook aan onze benen vastklemde.
Nadat we Tobi naar bed hebben gebracht hebben we heel lang gepraat. Over alles dat we al die tijd wel wisten maar waarover we allebei van elkaar verwachtten dat we het niet zouden uitspreken omdat het te moeilijk zou zijn. Maar nu is dus gebleken dat het doodzwijgen juist de dingen zo moeilijk maakt.
Gisteren zijn Mark, Tobi en ik met z’n drieen een dag naar het strand geweest. Eerst gewandeld en daarna wat gegeten in het dorp.
Ik heb ook weer bijna een potje staan janken, muts dat ik ben. Op het strand liep Mark met Tobi op zijn schouders terwijl ik er een paar meter achter liep. Ik zag hoe Mark steeds verschillende schelpjes aanwees en vertelde hoe ze heetten. En ik heb Tobi nooit zo enthousiast zien luisteren naar iets. Het was echt net of hij aanvoelde dat er iets eindelijk weer goed was en hij had besloten zijn vader nog meer te waarderen.
Tijdens het eten stond Tobi ineens op van tafel en liep hij naar Mark toe. Allebei keken we verbaasd toe hoe hij uit het niets zijn armpjes om de nek van Mark sloeg en hem heel stevig tegen zich aan drukte.
Vanaf dat moment wist ik het zeker. Wanneer we het Tobi in de toekomst vertellen, dan nog zal hij altijd Mark als zijn enige echte vader beschouwen. Ik zie in alles dat de band die hij met hem heeft altijd het biologische zal overstijgen.
Het gaat nu dus allemaal weer beter en we hebben samen tijd nodig om die verbetering vol te houden. Dat is voor nu het belangrijkste voor mij. Ik wil iedereen bedanken die mijn stukken heeft gelezen. Misschien zal ik ooit nog een keer weer het schrijven. Tot die tijd wens ik iedereen een goed leven toe met een hoop geluk en liefde.
Dikke kus van Annemarie.
Ik denk dat de dingen te persoonlijk geworden zijn om er verder zo openlijk over te schrijven. Bovendien hebben we even tijd nodig om alles uit te praten. Om alles te bespreken dat we totnutoe nooit uitspraken en waardoor alles zo uit de hand is gelopen.
Het gaat wel weer wat beter met me en met ons.
Eergisteravond kwam Mark rond een uurtje of zeven thuis. Ik zat met Tobi tv te kijken en keek de hele tijd nerveus uit het raam. Eindelijk zag ik de koplampen.
Hij liep zwijgend door de huiskamer te ijsberen en keek met een verwilderde blik om zich heen. Ik voelde de tranen achter mijn ogen branden zo radeloos zag hij eruit. Hij pakte de hand van Tobi en bleef met zijn duim over zijn hand wrijven terwijl Tobi hem vragend aankeek. Toen kon ik het niet meer aanzien. Zo verdrietig als hij eruit zag. Ik heb hem toen bij zijn hand gepakt en meegesleurd naar de laptop. Zonder iets te zeggen heb ik hem de log over mijn ontmoeting laten lezen. Hij las het en keek naar me op. Daarna stond hij op zonder iets te zeggen en pakte hij me stevig vast. In zijn armen heb ik een potje staan janken terwijl Tobi zich ook aan onze benen vastklemde.
Nadat we Tobi naar bed hebben gebracht hebben we heel lang gepraat. Over alles dat we al die tijd wel wisten maar waarover we allebei van elkaar verwachtten dat we het niet zouden uitspreken omdat het te moeilijk zou zijn. Maar nu is dus gebleken dat het doodzwijgen juist de dingen zo moeilijk maakt.
Gisteren zijn Mark, Tobi en ik met z’n drieen een dag naar het strand geweest. Eerst gewandeld en daarna wat gegeten in het dorp.
Ik heb ook weer bijna een potje staan janken, muts dat ik ben. Op het strand liep Mark met Tobi op zijn schouders terwijl ik er een paar meter achter liep. Ik zag hoe Mark steeds verschillende schelpjes aanwees en vertelde hoe ze heetten. En ik heb Tobi nooit zo enthousiast zien luisteren naar iets. Het was echt net of hij aanvoelde dat er iets eindelijk weer goed was en hij had besloten zijn vader nog meer te waarderen.
Tijdens het eten stond Tobi ineens op van tafel en liep hij naar Mark toe. Allebei keken we verbaasd toe hoe hij uit het niets zijn armpjes om de nek van Mark sloeg en hem heel stevig tegen zich aan drukte.
Vanaf dat moment wist ik het zeker. Wanneer we het Tobi in de toekomst vertellen, dan nog zal hij altijd Mark als zijn enige echte vader beschouwen. Ik zie in alles dat de band die hij met hem heeft altijd het biologische zal overstijgen.
Het gaat nu dus allemaal weer beter en we hebben samen tijd nodig om die verbetering vol te houden. Dat is voor nu het belangrijkste voor mij. Ik wil iedereen bedanken die mijn stukken heeft gelezen. Misschien zal ik ooit nog een keer weer het schrijven. Tot die tijd wens ik iedereen een goed leven toe met een hoop geluk en liefde.
Dikke kus van Annemarie.
donderdag 4 oktober 2007
Verdrongen.
Sorry dat ik zolang al niks meer heb neergezet. Ik heb ook heel lang getwijfeld of ik dit wel moest opschrijven. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om het toch te doen. Al is het alleen om het van me af te kunnen schrijven. Het is heel vreemd maar ik heb toch het gevoel dat jullie lezers een soort luisterend oor voor me zijn. Maar misschien verbeeld ik me dingen. Ik weet alleen even niet zo goed bij wie ik anders terecht moet. Iedereen in mijn omgeving heeft er wel op een manier mee te maken en iedereen heeft wel zijn oordeel.
Ik zal eerst maar vertellen wat er aan de hand is. Al weet ik niet zo goed waar ik moet beginnen. Alles raast maar door mijn hoofd en het is gewoon zoveel.
Kom op Anne, even diep ademhalen. Oke, ik denk dat het nu wel gaat lukken.
De vorige keer heb ik verteld dat het me eindelijk was gelukt om het verleden achter me te laten. Het was die dagen erna dat ik weer begon te twijfelen daaraan. Waarom weet ik niet maar ik had het idee dat ik er pas echt een punt achter kon zetten als ik de afsluiting zou delen met Mark. Het was nog teveel alleen voor mij terwijl, als je samen de toekomst in wilt gaan vind ik dat je ook samen het verleden moet afsluiten.
Ik kwam thuis van mijn werk en had in de auto al zitten tobben en besloten dat ik me nergens druk over hoefde te maken.
Ik liep de kamer in en Mark lag languit op de bank. Ik ging met een diepe zucht naast hem zitten terwijl hij rechtop ging zitten om een welkomszoen op mijn wang te drukken.
Zwijgend pakte ik met twee handen zijn handen vast en ik zuchtte. Hij keek me vragend aan.
En ik denk dat dat misschien is geweest waarom het zo is gegaan zoals het is gegaan. Misschien als ik er niet zo ernstig over had gedaan had hij het misschien niet zo ernstig opgevat.
Ik vertelde hem op een halve fluistertoon wat er was gebeurd. Al toen ik vertelde over de ontmoeting zag ik zijn gezicht bleek worden. Toen ik dat zag begon ik te haperen en kwam ik niet goed meer uit mijn woorden en daardoor kon ik niet komen tot wat ik eigenlijk wilde zeggen. Dat het daarom juist goed was.
Meteen stond hij op en begon hij door de kamer te ijsberen. Tussendoor stopte hij af en toe om me diep aan te kijken. Alsof hij iets wilde zeggen. Maar daarna schudde hij weer zijn hoofd en liep hij piekerend verder. En het enige dat ik kon doen was vanaf de bank zwijgend toekijken. Bang dat door de zenuwen elk woord het alleen maar erger zou maken. Dat elk woord zou klinken als een excuus en dus alleen maar het idee van schuld erger maken.
Mensen hebben het wel eens over stelletjes die aan een half woord genoeg hebben. Dat is bij ons eigenlijk altijd al zo geweest. Maar juist daarom dat we soms overhaaste conclusies trekken. Juist daarom nemen we soms niet meer de moeite om de andere helft van het woord te horen.
De dagen erna hebben we steeds alles zwijgend gedaan. Alleen het hoogstnoodzakelijke zeiden we tegen elkaar.
Het doet pijn. Vooral omdat ik het voor mijn ogen zie gebeuren. De dingen waarvan ik altijd al wist dat ze konden gebeuren maar nooit verwacht dat het ook echt zo zou zijn. Alsof we een huis hadden gebouwd waarvan we wisten dat een van de fundamenten niet helemaal goed stond, maar dat we toch wilden doorgaan. Alleen omdat we het huis zo mooi vonden dat we het kosten wat het kost wilde opbouwen. En dan nu, nu hebben we het stadium bereikt dat het echt instort. En het enige dat ik kan doen is toekijken en bedenken dat het mijn eigen stomme schuld is geweest.
Tobi heeft het allemaal ook goed in de gaten. Ik zie het aan de manier waarop hij zijn blik heen en weer laat bewegen tussen Mark en mij, als we zwijgend aan de ontbijttafel zitten. Een soort treurige vragende blik heeft hij dan in zijn ogen. Hij zegt niks. Maar daar maak ik me juist zoveel zorgen om.
Elke keer als Mark hem ergens mee naartoe neemt drukt hij me bij het afscheid heel stevig tegen zich aan. Alsof hij niet meer los wil laten.
Mark neemt hem steeds vaker mee. Alsof hij me wilt overtuigen van iets wat we allebei allang al als vanzelfsprekend beschouwen.
Gisteren kwamen ze samen thuis. Ze waren naar de speeltuin geweest. Mark hing zwijgend zijn jas aan de kapstok terwijl Tobi onzeker de kamer binnenliep.
‘Was het leuk?’ vroeg ik op opgewekte toon. Hij knikte met holle ogen. Mark kwam de kamer binnen stappen en knikte zwijgend. En opeens voelde ik de woede door mijn hele lichaam kolken. Waarom moest hij zo doen terwijl ik niks verkeerd heb gedaan? Waarom geeft hij me niet de kans om het goed te doen? Waarom moet hij zo nodig zich weer bewijzen ten kosten van mij, terwijl ik allang hetzelfde dacht als hij? En een kort moment…. De vreselijke gedachte. Ik stond op en liep naar Tobi toe. Ik stak mijn hand naar hem uit. ‘Kom Tobi, we gaan naar oma’ zei ik op afgemeten streng. Een ogenblik keek hij met smekende ogen op naar Mark en vervolgens naar mij. ‘Kom je?’ vroeg ik wat liefelijker. Hij zweeg en klemde zich om Mark’s been. ‘Ik wil niet’ zei het met een ijl stemmetje. Mijn blik ging van zijn smekende ogen naar die van Mark. En toen besloot ik het.
Ik zou het hem later, veel later pas vertellen.
Ik zal eerst maar vertellen wat er aan de hand is. Al weet ik niet zo goed waar ik moet beginnen. Alles raast maar door mijn hoofd en het is gewoon zoveel.
Kom op Anne, even diep ademhalen. Oke, ik denk dat het nu wel gaat lukken.
De vorige keer heb ik verteld dat het me eindelijk was gelukt om het verleden achter me te laten. Het was die dagen erna dat ik weer begon te twijfelen daaraan. Waarom weet ik niet maar ik had het idee dat ik er pas echt een punt achter kon zetten als ik de afsluiting zou delen met Mark. Het was nog teveel alleen voor mij terwijl, als je samen de toekomst in wilt gaan vind ik dat je ook samen het verleden moet afsluiten.
Ik kwam thuis van mijn werk en had in de auto al zitten tobben en besloten dat ik me nergens druk over hoefde te maken.
Ik liep de kamer in en Mark lag languit op de bank. Ik ging met een diepe zucht naast hem zitten terwijl hij rechtop ging zitten om een welkomszoen op mijn wang te drukken.
Zwijgend pakte ik met twee handen zijn handen vast en ik zuchtte. Hij keek me vragend aan.
En ik denk dat dat misschien is geweest waarom het zo is gegaan zoals het is gegaan. Misschien als ik er niet zo ernstig over had gedaan had hij het misschien niet zo ernstig opgevat.
Ik vertelde hem op een halve fluistertoon wat er was gebeurd. Al toen ik vertelde over de ontmoeting zag ik zijn gezicht bleek worden. Toen ik dat zag begon ik te haperen en kwam ik niet goed meer uit mijn woorden en daardoor kon ik niet komen tot wat ik eigenlijk wilde zeggen. Dat het daarom juist goed was.
Meteen stond hij op en begon hij door de kamer te ijsberen. Tussendoor stopte hij af en toe om me diep aan te kijken. Alsof hij iets wilde zeggen. Maar daarna schudde hij weer zijn hoofd en liep hij piekerend verder. En het enige dat ik kon doen was vanaf de bank zwijgend toekijken. Bang dat door de zenuwen elk woord het alleen maar erger zou maken. Dat elk woord zou klinken als een excuus en dus alleen maar het idee van schuld erger maken.
Mensen hebben het wel eens over stelletjes die aan een half woord genoeg hebben. Dat is bij ons eigenlijk altijd al zo geweest. Maar juist daarom dat we soms overhaaste conclusies trekken. Juist daarom nemen we soms niet meer de moeite om de andere helft van het woord te horen.
De dagen erna hebben we steeds alles zwijgend gedaan. Alleen het hoogstnoodzakelijke zeiden we tegen elkaar.
Het doet pijn. Vooral omdat ik het voor mijn ogen zie gebeuren. De dingen waarvan ik altijd al wist dat ze konden gebeuren maar nooit verwacht dat het ook echt zo zou zijn. Alsof we een huis hadden gebouwd waarvan we wisten dat een van de fundamenten niet helemaal goed stond, maar dat we toch wilden doorgaan. Alleen omdat we het huis zo mooi vonden dat we het kosten wat het kost wilde opbouwen. En dan nu, nu hebben we het stadium bereikt dat het echt instort. En het enige dat ik kan doen is toekijken en bedenken dat het mijn eigen stomme schuld is geweest.
Tobi heeft het allemaal ook goed in de gaten. Ik zie het aan de manier waarop hij zijn blik heen en weer laat bewegen tussen Mark en mij, als we zwijgend aan de ontbijttafel zitten. Een soort treurige vragende blik heeft hij dan in zijn ogen. Hij zegt niks. Maar daar maak ik me juist zoveel zorgen om.
Elke keer als Mark hem ergens mee naartoe neemt drukt hij me bij het afscheid heel stevig tegen zich aan. Alsof hij niet meer los wil laten.
Mark neemt hem steeds vaker mee. Alsof hij me wilt overtuigen van iets wat we allebei allang al als vanzelfsprekend beschouwen.
Gisteren kwamen ze samen thuis. Ze waren naar de speeltuin geweest. Mark hing zwijgend zijn jas aan de kapstok terwijl Tobi onzeker de kamer binnenliep.
‘Was het leuk?’ vroeg ik op opgewekte toon. Hij knikte met holle ogen. Mark kwam de kamer binnen stappen en knikte zwijgend. En opeens voelde ik de woede door mijn hele lichaam kolken. Waarom moest hij zo doen terwijl ik niks verkeerd heb gedaan? Waarom geeft hij me niet de kans om het goed te doen? Waarom moet hij zo nodig zich weer bewijzen ten kosten van mij, terwijl ik allang hetzelfde dacht als hij? En een kort moment…. De vreselijke gedachte. Ik stond op en liep naar Tobi toe. Ik stak mijn hand naar hem uit. ‘Kom Tobi, we gaan naar oma’ zei ik op afgemeten streng. Een ogenblik keek hij met smekende ogen op naar Mark en vervolgens naar mij. ‘Kom je?’ vroeg ik wat liefelijker. Hij zweeg en klemde zich om Mark’s been. ‘Ik wil niet’ zei het met een ijl stemmetje. Mijn blik ging van zijn smekende ogen naar die van Mark. En toen besloot ik het.
Ik zou het hem later, veel later pas vertellen.
dinsdag 11 september 2007
Het verleden.
Mensen zeggen altijd wel dat je het verleden achter je moet laten, maar soms is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Natuurlijk ben ik tevreden met het leventje dat ik nu heb. Ik heb een prachtige zoon, een schat van een man en een leuke baan. Maar soms wil ik wel eens weten hoe mijn lever eruit zou zien als bepaalde dingen anders waren gelopen. Of ik dan misschien niet nog gelukkiger zou zijn. Nu ik erop terugkijk denk ik dat het een kwestie is van dat ik eerder nooit afsluiting heb gehad. Nu pas, nu ik dat wel heb kan ik pas echt van mijn leventje genieten zonder de hele tijd die knagende ‘wat als?’ vraag.
Ik had net Tobi naar school gebracht en besloot even op mijn gemak wat boodschapjes te doen. Even langs de boekhandel om mezelf op het nieuwe boek van Khaled Hosseini te trakteren. Ik vond De vliegeraar al een prachtig boek, dus ik kon niet wachten om ook zijn nieuwste boek te lezen. Ik stond in de rij toen ik hem opeens vanuit mijn ooghoek zag staan. Eerst keek ik gewoon om me heen en plotseling bleef mijn blik op die hele bekende gestalte hangen. Nog een keer goed kijken of het hem echt was. En ja, het was hem echt. Na al die jaren stond hij gewoon een paar meter bij me vandaan de achterkaft van een boek te bestuderen.
Het is gek maar na bijna vijf jaar moest ik hem gewoon meteen weer aanspreken. Met weer diezelfde blosjes op mijn wangen.
Ik heb een tijdje een beetje iets met hem gehad. Dat klinkt misschien raar maar ik was tot over mijn oren verliefd op hem. Ik kwam hem af en toe tegen met het uitgaan of hij belde soms of ik langs kwam. Toen was ik nog gewoon vrienden met Mark en hij waarschuwde me dat hij me alleen gebruikte als hij zin had. Natuurlijk wist ik dat zelf diep van binnen ook wel, maar ik was zo verliefd dat ik die korte momenten van aandacht niet op wilde geven. Ik dacht er dan maar uit te halen wat erin zat. En Mark kreeg gelijk, plotseling was hij verdwenen zonder er iets over te zeggen of ook maar afscheid te nemen.
Ik heb het hem nooit echt kwalijk genomen. Ik wist al vanaf het begin waar ik aan begon en ik heb ook altijd het idee gehad dat hij echt niet doorhad dat ik eigenlijk gevoelens voor hem had. Waarschijnlijk dacht hij dat ik het net zo vrijblijvend vond als hij. En daar komt nog bij dat vlak nadat hij weg was Mark en ik echt iets kregen. Dus eigenlijk is het uiteindelijk alleen maar goed geweest.
Ik liep naar hem toe en tikte hem zachtjes op zijn schouder. Hij keek eerst verbaasd op en daarna weer die glimlach. Zoals ik die glimlach nog precies kende. Die twinkelende grote blauwe ogen, die kleine lachrimpeltjes. Dat heerlijke nonchalante jongensachtige. Ik kon niks anders dan verlegen naar de grond kijken. We raakten weer aan de praat alsof het een week geleden was dat we elkaar voor het laatst hadden gezien. En ik kon weer niks anders dan lachen en knikken.
Na een tijdje vroeg hij of ik meeging naar zijn huis. En ik weet dat het stom van me is en dat veel mensen zouden zeggen dat ik het nooit had mogen doen. Ik weet niet waarom. Misschien omdat ik het allemaal weer spannend vond. Misschien omdat ik het gevoel nog even bij me wilde dragen, maar ik besloot met hem mee te gaan. Op dat moment praatte ik het voor mezelf goed door het te zien als de ultieme test voor mijn relatie met Mark.
We kwamen in een klein soort van studentenkamertje. Meteen toen we binnenwaren begon hij een joint te draaien.
Hij vertelde me over dat hij twee studies had gedaan, maar dat het toch niks was geworden en dat hij net met een nieuwe studie was begonnen, maar dat hij dat eigenlijk ook niks vond. En dat hij meer vrijheid nodig had omdat hij niet beperkt moest worden door al die verplichtingen. En het enige waar ik aan kon denken terwijl hij vertelde was aan mijn inspanningen voor het opvoeden van Tobi, mijn succesvolle relatie en mijn baan waarvoor ik hard werk.
Uiteindelijk moest ik naar de wc. Toen ik terugkwam stond hij bij de deur naar de huiskamer op me te wachten. Hij keek me recht aan met een ernstige blik. Het enige dat ik kon doen was vragend terugkijken. Hij deed nog een stap mijn kant op en pakt de achterkant van mijn hoofd vast. Met gesloten ogen boog hij zijn hoofd naar de mijne. En plotseling, uit het niets begon ik heel hard te lachen. Echt een schaterlach. Hij stopte meteen zijn beweging en keek me met van die trieste ogen vragend aan.
Ik weet dat het zielig is, en hij had het eigenlijk ook helemaal niet verdient, maar het zag er opeens zo lullig uit allemaal. Net alsof hij een scène naspeelde uit een of andere chickflip.
‘Het is misschien beter als je gaat’ zei hij naar de grond turend toen ik eenmaal was uitgehinnikt. Ik knikte zwijgend en probeerde een serieus gezicht te trekken.
Toen ik de deur achter me dichtdeed kon ik maar een ding denken. ‘Ik laat nu het verleden letterlijk en figuurlijk achter me’
Ik had net Tobi naar school gebracht en besloot even op mijn gemak wat boodschapjes te doen. Even langs de boekhandel om mezelf op het nieuwe boek van Khaled Hosseini te trakteren. Ik vond De vliegeraar al een prachtig boek, dus ik kon niet wachten om ook zijn nieuwste boek te lezen. Ik stond in de rij toen ik hem opeens vanuit mijn ooghoek zag staan. Eerst keek ik gewoon om me heen en plotseling bleef mijn blik op die hele bekende gestalte hangen. Nog een keer goed kijken of het hem echt was. En ja, het was hem echt. Na al die jaren stond hij gewoon een paar meter bij me vandaan de achterkaft van een boek te bestuderen.
Het is gek maar na bijna vijf jaar moest ik hem gewoon meteen weer aanspreken. Met weer diezelfde blosjes op mijn wangen.
Ik heb een tijdje een beetje iets met hem gehad. Dat klinkt misschien raar maar ik was tot over mijn oren verliefd op hem. Ik kwam hem af en toe tegen met het uitgaan of hij belde soms of ik langs kwam. Toen was ik nog gewoon vrienden met Mark en hij waarschuwde me dat hij me alleen gebruikte als hij zin had. Natuurlijk wist ik dat zelf diep van binnen ook wel, maar ik was zo verliefd dat ik die korte momenten van aandacht niet op wilde geven. Ik dacht er dan maar uit te halen wat erin zat. En Mark kreeg gelijk, plotseling was hij verdwenen zonder er iets over te zeggen of ook maar afscheid te nemen.
Ik heb het hem nooit echt kwalijk genomen. Ik wist al vanaf het begin waar ik aan begon en ik heb ook altijd het idee gehad dat hij echt niet doorhad dat ik eigenlijk gevoelens voor hem had. Waarschijnlijk dacht hij dat ik het net zo vrijblijvend vond als hij. En daar komt nog bij dat vlak nadat hij weg was Mark en ik echt iets kregen. Dus eigenlijk is het uiteindelijk alleen maar goed geweest.
Ik liep naar hem toe en tikte hem zachtjes op zijn schouder. Hij keek eerst verbaasd op en daarna weer die glimlach. Zoals ik die glimlach nog precies kende. Die twinkelende grote blauwe ogen, die kleine lachrimpeltjes. Dat heerlijke nonchalante jongensachtige. Ik kon niks anders dan verlegen naar de grond kijken. We raakten weer aan de praat alsof het een week geleden was dat we elkaar voor het laatst hadden gezien. En ik kon weer niks anders dan lachen en knikken.
Na een tijdje vroeg hij of ik meeging naar zijn huis. En ik weet dat het stom van me is en dat veel mensen zouden zeggen dat ik het nooit had mogen doen. Ik weet niet waarom. Misschien omdat ik het allemaal weer spannend vond. Misschien omdat ik het gevoel nog even bij me wilde dragen, maar ik besloot met hem mee te gaan. Op dat moment praatte ik het voor mezelf goed door het te zien als de ultieme test voor mijn relatie met Mark.
We kwamen in een klein soort van studentenkamertje. Meteen toen we binnenwaren begon hij een joint te draaien.
Hij vertelde me over dat hij twee studies had gedaan, maar dat het toch niks was geworden en dat hij net met een nieuwe studie was begonnen, maar dat hij dat eigenlijk ook niks vond. En dat hij meer vrijheid nodig had omdat hij niet beperkt moest worden door al die verplichtingen. En het enige waar ik aan kon denken terwijl hij vertelde was aan mijn inspanningen voor het opvoeden van Tobi, mijn succesvolle relatie en mijn baan waarvoor ik hard werk.
Uiteindelijk moest ik naar de wc. Toen ik terugkwam stond hij bij de deur naar de huiskamer op me te wachten. Hij keek me recht aan met een ernstige blik. Het enige dat ik kon doen was vragend terugkijken. Hij deed nog een stap mijn kant op en pakt de achterkant van mijn hoofd vast. Met gesloten ogen boog hij zijn hoofd naar de mijne. En plotseling, uit het niets begon ik heel hard te lachen. Echt een schaterlach. Hij stopte meteen zijn beweging en keek me met van die trieste ogen vragend aan.
Ik weet dat het zielig is, en hij had het eigenlijk ook helemaal niet verdient, maar het zag er opeens zo lullig uit allemaal. Net alsof hij een scène naspeelde uit een of andere chickflip.
‘Het is misschien beter als je gaat’ zei hij naar de grond turend toen ik eenmaal was uitgehinnikt. Ik knikte zwijgend en probeerde een serieus gezicht te trekken.
Toen ik de deur achter me dichtdeed kon ik maar een ding denken. ‘Ik laat nu het verleden letterlijk en figuurlijk achter me’
zondag 26 augustus 2007
Hormoonhuishouding
Ik schrik er soms van hoeveel invloed mijn hormonen op me kunnen hebben. Dan lijkt het net of ik opeens een heel ander iemand ben. En het erge is dat ik het zelf nog door hebt ook, maar er op dat moment maling aan heb. Met een lang gezicht iedereen afsnauwen en als Mark er dan grappend iets van zegt natuurlijk verontwaardigd ontkennen. Daarna lachen we er altijd om.
Maar soms lijken de gedachten zo kwaadaardig dat het me echt bezighoudt. Dan is het niet leuk meer. Dan voel ik me er schuldig over.
We waren met zijn vieren naar het park. Mark, Tobi, Suus en ik. Suus was net weer aan de kant gezet door haar laatste vlam Jeroen (hij had gezegd dat hun kijk op seksualiteit te veel verschilde of zoiets) dus Mark stelde voor dat we haar wel mee konden nemen. Om haar een beetje op te vrolijken (de lieverd) Ze had al vier dagen eenzaam op haar kamer liggen kniezen dus we hebben haar met een bliksemoverval meegesleurd. Genoeg is genoeg.
In het park hebben we tussen de frisbeeende mensen en joggers en skaters een kleedje neergelegd in het gras. Het was mooi weer dus dat zat helemaal goed. Een picknick mand erbij en onze dag kon niet meer stuk.
We hadden ook een bal meegenomen zodat Tobi wat kon spelen met Mark. Mark probeert een echte voetballer van hem te maken. Maar Tobi lijkt het leuk te vinden dus ik laat het maar.
Na wat broodjes en een uitgebreid relaas van de relatiebreuk van Suus kwam de bal tevoorschijn. Mark pakte hem met een grote grijns, Tobi begon meteen enthousiast op en neer te springen. Dus ze begonnen verderop wat over te schieten (of hoe noem je dat?) Het is zo’n schattig gezicht. Tobi die met een fanatiek gezicht en een aanloop van een metertje of tien een loei geeft tegen de bal die maar een paar metertjes vooruitrolt. En Mark die bij elk schot hem jubelend de hemel in prijst. Je moet die trotse kop van Tobi dan eens zien. Heerlijk is dat.
Maar goed, zij waren dus wat aan het overschieten terwijl ik het verhaal van Suus over de breuk aanhoorde. Over dat alle mannen klootzakken zijn (behalve Mark dan, hihi) en dat soort dingen. Totdat Mark de bal stillegde en Suus gebaarde dat ze mee moest doen. Dat is Mark zijn manier om haar een beetje op te vrolijken. Want ze zal het nooit toegeven maar Mark en ik weten allebei dat ze niets liever wilt dan een gezinnetje zoals wij dat hebben. Ze zegt altijd wel dat ze die onafhankelijkheid heerlijk vindt en dat ze die lange reizen die ze maakt nooit zou willen opgeven, maar we denken eigenlijk allebei dat ze dat zo hard mogelijk roept om maar niet te hoeven toegeven dat ze eigenlijk zo verlangt naar een leuk gezinnetje voor zichzelf. Daarom proberen Mark en ik haar meestal zoveel mogelijk in ons gezin te betrekken. Als een soort vervanging. En meestal helpt het wel. Ze lijkt op zulke momenten echt gelukkig.
Ik bleef op het kleed zitten. Mijn hormonen hadden me weer eens ernstige krampen in mijn buik bezorgd dus zin om te bewegen had ik helemaal niet.
Terwijl ik naar ze zat te kijken hoe ze vrolijk lachend met zijn drieen aan het spelen waren, overviel me een vreselijk gevoel.
Het was net alsof ik degene was die verlangend keek naar het gezinnetje. Het voelde vreselijk. Alsof ik werd buitengesloten. En toen meteen weer die onredelijke gedachten. Waarom moest Mark zonodig alleen haar roepen? Oke, ik zou toch niet meedoen, maar toch. Hij had het tenminste even kunnen vragen. En zij dan. Meteen zo overdreven enthousiast. Kan ze niet gewoon zelf een leuke vent zoeken ofzo? Blijf met je poten van die van mij af!
En je weet wel dat die gedachten nergens op slaan. Dat hij het alleen doet om haar wat blijer te maken en het juist aardig van hem bedoeld is. En dat zij er ook verder niks aan kan doen, maar toch…. Op zo’n moment gooi je al die redelijke gedachtes overboord en wil je gewoon lekker boos zijn. Haar gewoon een hoer noemen en hem een klootzak. Maar je weet tegelijkertijd dat het niet kan. Dus daar zit je dan met een glimlach toe te kijken terwijl je, je van binnen onnodig zit op te vreten en van alles in je hoofd zit te halen.
Uiteindelijk kwamen ze met zijn drie-en met een rood hoofd en uithijgend terug. ‘Dat was wel even leuk he?’ vroeg Mark met een brede grijns aan Suus. Ik hoop niet dat ze het gezien hebben maar op dat moment vertrok mijn gezicht wel een beetje.
De rest van de dag bleef ik een beetje op de achtergrond terwijl de andere drie vrolijk doorpraatten. Eigenlijk heel logisch aangezien ik toch niet veel zei, maar toch was het olie op het vuur.
Thuisgekomen, toen Suus al naar huis was en Tobi op bed lag vroeg Mark wat er was. Hij doorziet het altijd meteen als me iets dwarszit. Natuurlijk heb ik het niet verteld. Ik zag mezelf al aankomen. Ik zei gewoon maar dat ik moe was. Hij knikte zwijgend.
In bed keek hij me diep aan en vertelde me dat ik de liefste en de mooiste vrouw was die hij ooit heeft gezien. Daarna gaf hij me een dikke zoen. En zoals elke vrouw weet kun je door je maandelijkse probleempje niet alleen heel snel geïrriteerd raken maar ook heel snel ontroerd. Begon ik me daar bijna een potje te janken. Muts dat ik er ben.
Meteen had ik spijt van mijn gedachten. Ik drukte me tegen hem aan. Meteen sloeg hij zijn sterkte arm om me heen. Ik dacht maar een ding. Wat heb ik me weer lopen aanstellen!
Maar soms lijken de gedachten zo kwaadaardig dat het me echt bezighoudt. Dan is het niet leuk meer. Dan voel ik me er schuldig over.
We waren met zijn vieren naar het park. Mark, Tobi, Suus en ik. Suus was net weer aan de kant gezet door haar laatste vlam Jeroen (hij had gezegd dat hun kijk op seksualiteit te veel verschilde of zoiets) dus Mark stelde voor dat we haar wel mee konden nemen. Om haar een beetje op te vrolijken (de lieverd) Ze had al vier dagen eenzaam op haar kamer liggen kniezen dus we hebben haar met een bliksemoverval meegesleurd. Genoeg is genoeg.
In het park hebben we tussen de frisbeeende mensen en joggers en skaters een kleedje neergelegd in het gras. Het was mooi weer dus dat zat helemaal goed. Een picknick mand erbij en onze dag kon niet meer stuk.
We hadden ook een bal meegenomen zodat Tobi wat kon spelen met Mark. Mark probeert een echte voetballer van hem te maken. Maar Tobi lijkt het leuk te vinden dus ik laat het maar.
Na wat broodjes en een uitgebreid relaas van de relatiebreuk van Suus kwam de bal tevoorschijn. Mark pakte hem met een grote grijns, Tobi begon meteen enthousiast op en neer te springen. Dus ze begonnen verderop wat over te schieten (of hoe noem je dat?) Het is zo’n schattig gezicht. Tobi die met een fanatiek gezicht en een aanloop van een metertje of tien een loei geeft tegen de bal die maar een paar metertjes vooruitrolt. En Mark die bij elk schot hem jubelend de hemel in prijst. Je moet die trotse kop van Tobi dan eens zien. Heerlijk is dat.
Maar goed, zij waren dus wat aan het overschieten terwijl ik het verhaal van Suus over de breuk aanhoorde. Over dat alle mannen klootzakken zijn (behalve Mark dan, hihi) en dat soort dingen. Totdat Mark de bal stillegde en Suus gebaarde dat ze mee moest doen. Dat is Mark zijn manier om haar een beetje op te vrolijken. Want ze zal het nooit toegeven maar Mark en ik weten allebei dat ze niets liever wilt dan een gezinnetje zoals wij dat hebben. Ze zegt altijd wel dat ze die onafhankelijkheid heerlijk vindt en dat ze die lange reizen die ze maakt nooit zou willen opgeven, maar we denken eigenlijk allebei dat ze dat zo hard mogelijk roept om maar niet te hoeven toegeven dat ze eigenlijk zo verlangt naar een leuk gezinnetje voor zichzelf. Daarom proberen Mark en ik haar meestal zoveel mogelijk in ons gezin te betrekken. Als een soort vervanging. En meestal helpt het wel. Ze lijkt op zulke momenten echt gelukkig.
Ik bleef op het kleed zitten. Mijn hormonen hadden me weer eens ernstige krampen in mijn buik bezorgd dus zin om te bewegen had ik helemaal niet.
Terwijl ik naar ze zat te kijken hoe ze vrolijk lachend met zijn drieen aan het spelen waren, overviel me een vreselijk gevoel.
Het was net alsof ik degene was die verlangend keek naar het gezinnetje. Het voelde vreselijk. Alsof ik werd buitengesloten. En toen meteen weer die onredelijke gedachten. Waarom moest Mark zonodig alleen haar roepen? Oke, ik zou toch niet meedoen, maar toch. Hij had het tenminste even kunnen vragen. En zij dan. Meteen zo overdreven enthousiast. Kan ze niet gewoon zelf een leuke vent zoeken ofzo? Blijf met je poten van die van mij af!
En je weet wel dat die gedachten nergens op slaan. Dat hij het alleen doet om haar wat blijer te maken en het juist aardig van hem bedoeld is. En dat zij er ook verder niks aan kan doen, maar toch…. Op zo’n moment gooi je al die redelijke gedachtes overboord en wil je gewoon lekker boos zijn. Haar gewoon een hoer noemen en hem een klootzak. Maar je weet tegelijkertijd dat het niet kan. Dus daar zit je dan met een glimlach toe te kijken terwijl je, je van binnen onnodig zit op te vreten en van alles in je hoofd zit te halen.
Uiteindelijk kwamen ze met zijn drie-en met een rood hoofd en uithijgend terug. ‘Dat was wel even leuk he?’ vroeg Mark met een brede grijns aan Suus. Ik hoop niet dat ze het gezien hebben maar op dat moment vertrok mijn gezicht wel een beetje.
De rest van de dag bleef ik een beetje op de achtergrond terwijl de andere drie vrolijk doorpraatten. Eigenlijk heel logisch aangezien ik toch niet veel zei, maar toch was het olie op het vuur.
Thuisgekomen, toen Suus al naar huis was en Tobi op bed lag vroeg Mark wat er was. Hij doorziet het altijd meteen als me iets dwarszit. Natuurlijk heb ik het niet verteld. Ik zag mezelf al aankomen. Ik zei gewoon maar dat ik moe was. Hij knikte zwijgend.
In bed keek hij me diep aan en vertelde me dat ik de liefste en de mooiste vrouw was die hij ooit heeft gezien. Daarna gaf hij me een dikke zoen. En zoals elke vrouw weet kun je door je maandelijkse probleempje niet alleen heel snel geïrriteerd raken maar ook heel snel ontroerd. Begon ik me daar bijna een potje te janken. Muts dat ik er ben.
Meteen had ik spijt van mijn gedachten. Ik drukte me tegen hem aan. Meteen sloeg hij zijn sterkte arm om me heen. Ik dacht maar een ding. Wat heb ik me weer lopen aanstellen!
woensdag 8 augustus 2007
Wantrouwen
Soms word je wel eens gek gemaakt door alles wat er gebeurt in de wereld. Ik weet niet of er tegenwoordig meer gebeurt dan vroeger of dat je er gewoon meer van hoort maar soms krijg je echt het idee dat de wereld een gevaarlijke plek is en dat de mensen gevaarlijke wezens zijn. Dat zal eigenlijk wel meevallen maar als je de krant leest ga je toch op een gegeven moment wel wat anders denken. Op zulke momenten moet je er weer even aan herinnerd worden dat de mensheid zo slecht nog niet is.
Ik was afgelopen weekend samen met Tobi naar het park. Het was mooi weer en Tobi had weer wat overtollig energie dat hij kwijt moest. Mark was met zijn vader naar de bouwmarkt dus die kon niet mee.
Dus ik met Tobi naar het park. Eerst de eendjes voeren. Het is iets dat ik al met mijn ouders deed en daarom doe ik het nu weer met mijn zoon. En ook hij vindt het weer fantastisch. Sommige dingen zijn gewoon tijdloos.
Na de eendjes naar het speeltuintje. Een soort glijbaan met allerlei klimtouwen en een bruggetje. Ik liet hem alleen een beetje spelen terwijl ik vanaf de kant toekeek. Af en toe zwaait hij dan met een grote grijns als hij boven in de touwen hangt. Totdat mijn telefoon ging. Het was Suus. Ze had weer iets stoms gedaan tegenover haar nieuwe vlam en ik mocht haar er weer van overtuigen dat hij haar er echt niet om zou verlaten. Meestal blijf ik tijdens zulke gesprekken automatisch wel een beetje op letten maar dit keer droomde ik een beetje weg tijdens het gesprek. Toen ik met een zucht ophing, opkeek en glazig naar het klimrek staarde flitste het door me heen. Tobi was weg!
Meteen paniek. Wat als…. Of als….. Ik had beter moeten opletten. Als er iets gebeurd is, is het mijn schuld. Hoe ga ik dat Mark vertellen? Trut dat ik er ben!
Ik heb een halfuur als een kip zonder kop rondgelopen. Volgens mij heb ik echt wat mensen omver gelopen terwijl ik praktisch liep te janken. Ik werd wel vreemd aangekeken maar dat kon me op dat moment niet schelen.
Plotseling zag ik hem staan aan de hand van een wildvreemde vent. Het bloed bevroor in mijn aderen. Wat moest die viespeuk met mijn zoon? Je hoort het steeds meer. Van die goorlappen die niet met hun poten van kinderen af kunnen blijven.
Woest stapte ik erheen. Mijn gezicht stond ijskoud. Ik zou die viespeuk wel even de waarheid vertellen. Een vriendelijke glimlach verscheen om zijn lippen. ‘U bent vast de moeder van deze jongeman’ zei hij terwijl hij met een knikje van zijn hoofd naar Tobi wees. Even was ik van mijn stuk gebracht door zijn vriendelijke toon, maar meteen wist ik mijn kilte terug te krijgen. Je hoort wel vaker dat de ergste criminelen de vriendelijkste mensen lijken.
‘Kom Tobi’ zei ik koel zonder de man aan te kijken. Tobi maakte zich meteen los van de man, kwam naar me toe en pakte meteen mijn hand vast. ‘Ik vond hem bij de waterkant’ begon de man. ‘Ik dacht, ik neem hem mee voordat hij in het water zou vallen’ Ik knikte. ‘Dank u wel’ zei ik zo vriendelijk mogelijk. ‘Geen dank’ zei hij joviaal. Ik perste een glimlachje om mijn lippen. Ik geloofde hem nog steeds niet helemaal. Wat als ik hem niet gevonden had? Wie weet wat er dan was gebeurd? Zo’n man kan wel van alles zeggen.
‘Tot ziens dan maar’ zei ik en ik stak kort mijn hand op. De man groette terug. Ik draaide me om met Tobi aan mijn hand en begon van de man weg te lopen. Nog steeds ontdaan probeerde ik me te bedenken of ik er goed aan had gedaan om zo kortaf te doen tegen de man toen Tobi opeens begon te praten. ‘Mamma?’ zei hij met een dun stemmetje. ‘Ik vond die man een beetje eng’ Het schoot door me heen. Dus toch gelijk! Godzijdank vond ik ze op tijd.
‘Vertel eens waarom je die man zo eng vond’ begon ik terwijl ik stond te trillen op mijn benen. ‘Die meneer begon te schreeuwen toen ik de eendjes achterna liep’
Ik begon uit het niets keihard te lachen. Ik lachte alle zenuwen eruit en meteen om mijn eigen stomme gedrag en rare gedachten. Het was misschien wat ik nodig had om me weer te beseffen dat de mensen niet allemaal een bedreiging zijn maar dat de meeste juist willen helpen die weg te halen.
Ik was afgelopen weekend samen met Tobi naar het park. Het was mooi weer en Tobi had weer wat overtollig energie dat hij kwijt moest. Mark was met zijn vader naar de bouwmarkt dus die kon niet mee.
Dus ik met Tobi naar het park. Eerst de eendjes voeren. Het is iets dat ik al met mijn ouders deed en daarom doe ik het nu weer met mijn zoon. En ook hij vindt het weer fantastisch. Sommige dingen zijn gewoon tijdloos.
Na de eendjes naar het speeltuintje. Een soort glijbaan met allerlei klimtouwen en een bruggetje. Ik liet hem alleen een beetje spelen terwijl ik vanaf de kant toekeek. Af en toe zwaait hij dan met een grote grijns als hij boven in de touwen hangt. Totdat mijn telefoon ging. Het was Suus. Ze had weer iets stoms gedaan tegenover haar nieuwe vlam en ik mocht haar er weer van overtuigen dat hij haar er echt niet om zou verlaten. Meestal blijf ik tijdens zulke gesprekken automatisch wel een beetje op letten maar dit keer droomde ik een beetje weg tijdens het gesprek. Toen ik met een zucht ophing, opkeek en glazig naar het klimrek staarde flitste het door me heen. Tobi was weg!
Meteen paniek. Wat als…. Of als….. Ik had beter moeten opletten. Als er iets gebeurd is, is het mijn schuld. Hoe ga ik dat Mark vertellen? Trut dat ik er ben!
Ik heb een halfuur als een kip zonder kop rondgelopen. Volgens mij heb ik echt wat mensen omver gelopen terwijl ik praktisch liep te janken. Ik werd wel vreemd aangekeken maar dat kon me op dat moment niet schelen.
Plotseling zag ik hem staan aan de hand van een wildvreemde vent. Het bloed bevroor in mijn aderen. Wat moest die viespeuk met mijn zoon? Je hoort het steeds meer. Van die goorlappen die niet met hun poten van kinderen af kunnen blijven.
Woest stapte ik erheen. Mijn gezicht stond ijskoud. Ik zou die viespeuk wel even de waarheid vertellen. Een vriendelijke glimlach verscheen om zijn lippen. ‘U bent vast de moeder van deze jongeman’ zei hij terwijl hij met een knikje van zijn hoofd naar Tobi wees. Even was ik van mijn stuk gebracht door zijn vriendelijke toon, maar meteen wist ik mijn kilte terug te krijgen. Je hoort wel vaker dat de ergste criminelen de vriendelijkste mensen lijken.
‘Kom Tobi’ zei ik koel zonder de man aan te kijken. Tobi maakte zich meteen los van de man, kwam naar me toe en pakte meteen mijn hand vast. ‘Ik vond hem bij de waterkant’ begon de man. ‘Ik dacht, ik neem hem mee voordat hij in het water zou vallen’ Ik knikte. ‘Dank u wel’ zei ik zo vriendelijk mogelijk. ‘Geen dank’ zei hij joviaal. Ik perste een glimlachje om mijn lippen. Ik geloofde hem nog steeds niet helemaal. Wat als ik hem niet gevonden had? Wie weet wat er dan was gebeurd? Zo’n man kan wel van alles zeggen.
‘Tot ziens dan maar’ zei ik en ik stak kort mijn hand op. De man groette terug. Ik draaide me om met Tobi aan mijn hand en begon van de man weg te lopen. Nog steeds ontdaan probeerde ik me te bedenken of ik er goed aan had gedaan om zo kortaf te doen tegen de man toen Tobi opeens begon te praten. ‘Mamma?’ zei hij met een dun stemmetje. ‘Ik vond die man een beetje eng’ Het schoot door me heen. Dus toch gelijk! Godzijdank vond ik ze op tijd.
‘Vertel eens waarom je die man zo eng vond’ begon ik terwijl ik stond te trillen op mijn benen. ‘Die meneer begon te schreeuwen toen ik de eendjes achterna liep’
Ik begon uit het niets keihard te lachen. Ik lachte alle zenuwen eruit en meteen om mijn eigen stomme gedrag en rare gedachten. Het was misschien wat ik nodig had om me weer te beseffen dat de mensen niet allemaal een bedreiging zijn maar dat de meeste juist willen helpen die weg te halen.
woensdag 1 augustus 2007
Trotse ouders.
Als moeder weet ik hoe trots je kunt zijn op je kind. Ik kan ook vol trots vertellen over Tobi maar sommige ouders gaan toch echt iets te ver. Soms lijkt het wel een wedstrijdje te zijn. Sommige ouders willen dat hun kind net iets bijzonderder is dan die van anderen. Alsof hun kind iets is waarmee ze moeten opscheppen bij anderen . Ik kan me daar echt boos om maken. Een kind moet lekker kind kunnen zijn. Laat de volwassen maar zelf iets zoeken waar ze trots op kunnen zijn. Zoiets kan me echt bezighouden.
Van de week heb ik zoiets meegemaakt. Altijd als ik Tobi naar school breng maak ik een praatje met de andere ouders. De meeste ouders zijn wat ouder dan ik maar dat maakt niks uit. Meestal gaan die gesprekjes toch alleen maar over koetjes en kalfjes, maar er was een vrouw bij van ongeveer onze leeftijd die me iedere keer aansprak. Er was wel klik. We waren allebei jong en wisten allebei hoe het was om het wilde uitgaansleven op te geven om voor je kind te zorgen. Niet dat een van ons twee dat erg vond maar toch. Je snapt elkaar.
Maar goed, een paar gesprekjes later kwam de grote vraag. Zullen we een keertje wat afspreken? Nou vind ik het altijd leuk om nieuwe mensen te leren kennen en ik weet dat Mark er ook geen probleem mee heeft dus de datum werd geprikt.
We hadden afgesproken dat we het begin van de avond zouden doen zodat de kinderen niet later op de avond dreinerig zouden worden.
We hadden alles die avond klaar gezet. De grote tafel gedekt voor de volwassenen en een camping setje voor Tobi en Fadjar (zo heette hun zoontje) zodat ze tussendoor samen konden spelen en niet de hele avond bij de grote mensen aan tafel hoefden te blijven.
Toen de deurbel ging stonden we allemaal keurig in onze posities. Mark op de bank met zijn biertje, ik met een grote glimlach bij de deur en Tobi met zijn nieuwsgierige neus erbovenop.
Na het gebruikelijke handen schudden gingen we op de bank zitten. Het viel me meteen al op dat hun zoontje en Tobi niet meteen samen gingen spelen, maar dat hij tussen zijn ouders op de bank ging zitten. Tobi stond er wat verloren bij. Zo’n beteuterd gezichtje. Maar ik vond het niet mijn plek om hem te vertellen dat hij met Tobi moest gaan spelen.
Daar zaten we dan, op de bank. Hij in het midden met zijn handjes op zijn knieen en zo’n ernstig koppie. Ik kreeg echt medelijden met dat jong.
Het was weer net zoals wanneer mijn ouders vroeger tussen mijn vriendengroep zaten alleen nu was het met een kind tussen ons in. Ik weet niet waarom maar je voelt je dan toch om de een of andere reden geremd.
De man begon te vertellen over hoe ze zichzelf hadden gevonden. Hoe hij zich eerst liet afleiden door materiele zaken maar hoe hij nu was teruggekeerd tot zijn oerbron. Meteen zag ik Mark zijn gezicht vertrekken. Hij moet niks hebben van dat soort dingen.
Bij het eten kwam Fadjar bij ons aan tafel zitten. Ik vroeg hem nog of hij niet gezellig bij Tobi wilde zitten maar zijn ouders zeiden dat ze vonden dat je een kind net als een volwassen moest behandelen. Ik heb het maar zo gelaten en Tobi gevraagd of hij ook bij ons kwam zitten. Met veel morren schoof hij uiteindelijk aan.
Aan tafel begon het. Hun zoontje was een nieuwetijdsekind. Ik zag een spottende grijns om Mark zijn lippen verschijnen. Ik heb hem het hele diner scherp in de gaten gehouden om te voorkomen dat hij spottende opmerkingen zou maken. Daar is hij goed in. Meestal zo goed dat de ander niet eens doorheeft dat hij ze in de maling neemt.
Het jongetje begon op aansporen van zijn ouders te vertellen. Met een ernstig gezicht en ritmisch. Alsof hij het opdreunde. Over dat mensen door materiele verlangens afdrijven van hun oerbron en dat soort dingen. Met open mond keken Mark en ik toe. Tobi speelde verveeld met zijn eten.
Toen het jongetje stopte met praten en zwijgend verder ging met eten aaide zijn moeder met een trots over zijn hoofd.
‘En hij kan mensen heel goed doorzien. Hij voelt hun energie’ voegde de vader er met een even trots gezicht aan toe.
De hele avond hebben we zwijgend doorgegeten terwijl de ouders doorvertelden over hun eigen rol als begeleider van hun bijzondere zoontje.
Sorry, maar ik kan daar niks mee. Het enige dat ik kon doen was af en toe een blik op het jongetje werpen en medelijden met hem voelen. Zo jong, en dan al opgezadeld met de zware verantwoordelijkheid om op te treden als showpopje van ouders die op die manier iets willen compenseren ofzo.
Toen ze weg waren en we bezig waren alles op te ruimten begon Tobi die de hele avond had gezwegen, opeens te praten. ‘Mamma’ zei hij twijfelend. ‘Ik vond die mensen een beetje raar’ Mark bleef stil staan met een paar borden in zijn hand en glimlachte breed.
‘Dat heb je goed doorzien Tobi’ zei hij. Daarna keek hij op naar mij. ‘Hey, misschien is onze zoon wel een nieuwetijdsekind’
Van de week heb ik zoiets meegemaakt. Altijd als ik Tobi naar school breng maak ik een praatje met de andere ouders. De meeste ouders zijn wat ouder dan ik maar dat maakt niks uit. Meestal gaan die gesprekjes toch alleen maar over koetjes en kalfjes, maar er was een vrouw bij van ongeveer onze leeftijd die me iedere keer aansprak. Er was wel klik. We waren allebei jong en wisten allebei hoe het was om het wilde uitgaansleven op te geven om voor je kind te zorgen. Niet dat een van ons twee dat erg vond maar toch. Je snapt elkaar.
Maar goed, een paar gesprekjes later kwam de grote vraag. Zullen we een keertje wat afspreken? Nou vind ik het altijd leuk om nieuwe mensen te leren kennen en ik weet dat Mark er ook geen probleem mee heeft dus de datum werd geprikt.
We hadden afgesproken dat we het begin van de avond zouden doen zodat de kinderen niet later op de avond dreinerig zouden worden.
We hadden alles die avond klaar gezet. De grote tafel gedekt voor de volwassenen en een camping setje voor Tobi en Fadjar (zo heette hun zoontje) zodat ze tussendoor samen konden spelen en niet de hele avond bij de grote mensen aan tafel hoefden te blijven.
Toen de deurbel ging stonden we allemaal keurig in onze posities. Mark op de bank met zijn biertje, ik met een grote glimlach bij de deur en Tobi met zijn nieuwsgierige neus erbovenop.
Na het gebruikelijke handen schudden gingen we op de bank zitten. Het viel me meteen al op dat hun zoontje en Tobi niet meteen samen gingen spelen, maar dat hij tussen zijn ouders op de bank ging zitten. Tobi stond er wat verloren bij. Zo’n beteuterd gezichtje. Maar ik vond het niet mijn plek om hem te vertellen dat hij met Tobi moest gaan spelen.
Daar zaten we dan, op de bank. Hij in het midden met zijn handjes op zijn knieen en zo’n ernstig koppie. Ik kreeg echt medelijden met dat jong.
Het was weer net zoals wanneer mijn ouders vroeger tussen mijn vriendengroep zaten alleen nu was het met een kind tussen ons in. Ik weet niet waarom maar je voelt je dan toch om de een of andere reden geremd.
De man begon te vertellen over hoe ze zichzelf hadden gevonden. Hoe hij zich eerst liet afleiden door materiele zaken maar hoe hij nu was teruggekeerd tot zijn oerbron. Meteen zag ik Mark zijn gezicht vertrekken. Hij moet niks hebben van dat soort dingen.
Bij het eten kwam Fadjar bij ons aan tafel zitten. Ik vroeg hem nog of hij niet gezellig bij Tobi wilde zitten maar zijn ouders zeiden dat ze vonden dat je een kind net als een volwassen moest behandelen. Ik heb het maar zo gelaten en Tobi gevraagd of hij ook bij ons kwam zitten. Met veel morren schoof hij uiteindelijk aan.
Aan tafel begon het. Hun zoontje was een nieuwetijdsekind. Ik zag een spottende grijns om Mark zijn lippen verschijnen. Ik heb hem het hele diner scherp in de gaten gehouden om te voorkomen dat hij spottende opmerkingen zou maken. Daar is hij goed in. Meestal zo goed dat de ander niet eens doorheeft dat hij ze in de maling neemt.
Het jongetje begon op aansporen van zijn ouders te vertellen. Met een ernstig gezicht en ritmisch. Alsof hij het opdreunde. Over dat mensen door materiele verlangens afdrijven van hun oerbron en dat soort dingen. Met open mond keken Mark en ik toe. Tobi speelde verveeld met zijn eten.
Toen het jongetje stopte met praten en zwijgend verder ging met eten aaide zijn moeder met een trots over zijn hoofd.
‘En hij kan mensen heel goed doorzien. Hij voelt hun energie’ voegde de vader er met een even trots gezicht aan toe.
De hele avond hebben we zwijgend doorgegeten terwijl de ouders doorvertelden over hun eigen rol als begeleider van hun bijzondere zoontje.
Sorry, maar ik kan daar niks mee. Het enige dat ik kon doen was af en toe een blik op het jongetje werpen en medelijden met hem voelen. Zo jong, en dan al opgezadeld met de zware verantwoordelijkheid om op te treden als showpopje van ouders die op die manier iets willen compenseren ofzo.
Toen ze weg waren en we bezig waren alles op te ruimten begon Tobi die de hele avond had gezwegen, opeens te praten. ‘Mamma’ zei hij twijfelend. ‘Ik vond die mensen een beetje raar’ Mark bleef stil staan met een paar borden in zijn hand en glimlachte breed.
‘Dat heb je goed doorzien Tobi’ zei hij. Daarna keek hij op naar mij. ‘Hey, misschien is onze zoon wel een nieuwetijdsekind’
Abonneren op:
Berichten (Atom)