maandag 8 oktober 2007

Iedereen bedankt.

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen, ik ben bang dat dit het laatste zal zijn dat ik hier schrijf. Mark en ik hebben samen afgesproken dat ik er mee zal stoppen.
Ik denk dat de dingen te persoonlijk geworden zijn om er verder zo openlijk over te schrijven. Bovendien hebben we even tijd nodig om alles uit te praten. Om alles te bespreken dat we totnutoe nooit uitspraken en waardoor alles zo uit de hand is gelopen.
Het gaat wel weer wat beter met me en met ons.
Eergisteravond kwam Mark rond een uurtje of zeven thuis. Ik zat met Tobi tv te kijken en keek de hele tijd nerveus uit het raam. Eindelijk zag ik de koplampen.
Hij liep zwijgend door de huiskamer te ijsberen en keek met een verwilderde blik om zich heen. Ik voelde de tranen achter mijn ogen branden zo radeloos zag hij eruit. Hij pakte de hand van Tobi en bleef met zijn duim over zijn hand wrijven terwijl Tobi hem vragend aankeek. Toen kon ik het niet meer aanzien. Zo verdrietig als hij eruit zag. Ik heb hem toen bij zijn hand gepakt en meegesleurd naar de laptop. Zonder iets te zeggen heb ik hem de log over mijn ontmoeting laten lezen. Hij las het en keek naar me op. Daarna stond hij op zonder iets te zeggen en pakte hij me stevig vast. In zijn armen heb ik een potje staan janken terwijl Tobi zich ook aan onze benen vastklemde.
Nadat we Tobi naar bed hebben gebracht hebben we heel lang gepraat. Over alles dat we al die tijd wel wisten maar waarover we allebei van elkaar verwachtten dat we het niet zouden uitspreken omdat het te moeilijk zou zijn. Maar nu is dus gebleken dat het doodzwijgen juist de dingen zo moeilijk maakt.
Gisteren zijn Mark, Tobi en ik met z’n drieen een dag naar het strand geweest. Eerst gewandeld en daarna wat gegeten in het dorp.
Ik heb ook weer bijna een potje staan janken, muts dat ik ben. Op het strand liep Mark met Tobi op zijn schouders terwijl ik er een paar meter achter liep. Ik zag hoe Mark steeds verschillende schelpjes aanwees en vertelde hoe ze heetten. En ik heb Tobi nooit zo enthousiast zien luisteren naar iets. Het was echt net of hij aanvoelde dat er iets eindelijk weer goed was en hij had besloten zijn vader nog meer te waarderen.
Tijdens het eten stond Tobi ineens op van tafel en liep hij naar Mark toe. Allebei keken we verbaasd toe hoe hij uit het niets zijn armpjes om de nek van Mark sloeg en hem heel stevig tegen zich aan drukte.
Vanaf dat moment wist ik het zeker. Wanneer we het Tobi in de toekomst vertellen, dan nog zal hij altijd Mark als zijn enige echte vader beschouwen. Ik zie in alles dat de band die hij met hem heeft altijd het biologische zal overstijgen.
Het gaat nu dus allemaal weer beter en we hebben samen tijd nodig om die verbetering vol te houden. Dat is voor nu het belangrijkste voor mij. Ik wil iedereen bedanken die mijn stukken heeft gelezen. Misschien zal ik ooit nog een keer weer het schrijven. Tot die tijd wens ik iedereen een goed leven toe met een hoop geluk en liefde.

Dikke kus van Annemarie.

donderdag 4 oktober 2007

Verdrongen.

Sorry dat ik zolang al niks meer heb neergezet. Ik heb ook heel lang getwijfeld of ik dit wel moest opschrijven. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om het toch te doen. Al is het alleen om het van me af te kunnen schrijven. Het is heel vreemd maar ik heb toch het gevoel dat jullie lezers een soort luisterend oor voor me zijn. Maar misschien verbeeld ik me dingen. Ik weet alleen even niet zo goed bij wie ik anders terecht moet. Iedereen in mijn omgeving heeft er wel op een manier mee te maken en iedereen heeft wel zijn oordeel.
Ik zal eerst maar vertellen wat er aan de hand is. Al weet ik niet zo goed waar ik moet beginnen. Alles raast maar door mijn hoofd en het is gewoon zoveel.
Kom op Anne, even diep ademhalen. Oke, ik denk dat het nu wel gaat lukken.
De vorige keer heb ik verteld dat het me eindelijk was gelukt om het verleden achter me te laten. Het was die dagen erna dat ik weer begon te twijfelen daaraan. Waarom weet ik niet maar ik had het idee dat ik er pas echt een punt achter kon zetten als ik de afsluiting zou delen met Mark. Het was nog teveel alleen voor mij terwijl, als je samen de toekomst in wilt gaan vind ik dat je ook samen het verleden moet afsluiten.
Ik kwam thuis van mijn werk en had in de auto al zitten tobben en besloten dat ik me nergens druk over hoefde te maken.
Ik liep de kamer in en Mark lag languit op de bank. Ik ging met een diepe zucht naast hem zitten terwijl hij rechtop ging zitten om een welkomszoen op mijn wang te drukken.
Zwijgend pakte ik met twee handen zijn handen vast en ik zuchtte. Hij keek me vragend aan.
En ik denk dat dat misschien is geweest waarom het zo is gegaan zoals het is gegaan. Misschien als ik er niet zo ernstig over had gedaan had hij het misschien niet zo ernstig opgevat.
Ik vertelde hem op een halve fluistertoon wat er was gebeurd. Al toen ik vertelde over de ontmoeting zag ik zijn gezicht bleek worden. Toen ik dat zag begon ik te haperen en kwam ik niet goed meer uit mijn woorden en daardoor kon ik niet komen tot wat ik eigenlijk wilde zeggen. Dat het daarom juist goed was.
Meteen stond hij op en begon hij door de kamer te ijsberen. Tussendoor stopte hij af en toe om me diep aan te kijken. Alsof hij iets wilde zeggen. Maar daarna schudde hij weer zijn hoofd en liep hij piekerend verder. En het enige dat ik kon doen was vanaf de bank zwijgend toekijken. Bang dat door de zenuwen elk woord het alleen maar erger zou maken. Dat elk woord zou klinken als een excuus en dus alleen maar het idee van schuld erger maken.
Mensen hebben het wel eens over stelletjes die aan een half woord genoeg hebben. Dat is bij ons eigenlijk altijd al zo geweest. Maar juist daarom dat we soms overhaaste conclusies trekken. Juist daarom nemen we soms niet meer de moeite om de andere helft van het woord te horen.
De dagen erna hebben we steeds alles zwijgend gedaan. Alleen het hoogstnoodzakelijke zeiden we tegen elkaar.
Het doet pijn. Vooral omdat ik het voor mijn ogen zie gebeuren. De dingen waarvan ik altijd al wist dat ze konden gebeuren maar nooit verwacht dat het ook echt zo zou zijn. Alsof we een huis hadden gebouwd waarvan we wisten dat een van de fundamenten niet helemaal goed stond, maar dat we toch wilden doorgaan. Alleen omdat we het huis zo mooi vonden dat we het kosten wat het kost wilde opbouwen. En dan nu, nu hebben we het stadium bereikt dat het echt instort. En het enige dat ik kan doen is toekijken en bedenken dat het mijn eigen stomme schuld is geweest.
Tobi heeft het allemaal ook goed in de gaten. Ik zie het aan de manier waarop hij zijn blik heen en weer laat bewegen tussen Mark en mij, als we zwijgend aan de ontbijttafel zitten. Een soort treurige vragende blik heeft hij dan in zijn ogen. Hij zegt niks. Maar daar maak ik me juist zoveel zorgen om.
Elke keer als Mark hem ergens mee naartoe neemt drukt hij me bij het afscheid heel stevig tegen zich aan. Alsof hij niet meer los wil laten.
Mark neemt hem steeds vaker mee. Alsof hij me wilt overtuigen van iets wat we allebei allang al als vanzelfsprekend beschouwen.
Gisteren kwamen ze samen thuis. Ze waren naar de speeltuin geweest. Mark hing zwijgend zijn jas aan de kapstok terwijl Tobi onzeker de kamer binnenliep.
‘Was het leuk?’ vroeg ik op opgewekte toon. Hij knikte met holle ogen. Mark kwam de kamer binnen stappen en knikte zwijgend. En opeens voelde ik de woede door mijn hele lichaam kolken. Waarom moest hij zo doen terwijl ik niks verkeerd heb gedaan? Waarom geeft hij me niet de kans om het goed te doen? Waarom moet hij zo nodig zich weer bewijzen ten kosten van mij, terwijl ik allang hetzelfde dacht als hij? En een kort moment…. De vreselijke gedachte. Ik stond op en liep naar Tobi toe. Ik stak mijn hand naar hem uit. ‘Kom Tobi, we gaan naar oma’ zei ik op afgemeten streng. Een ogenblik keek hij met smekende ogen op naar Mark en vervolgens naar mij. ‘Kom je?’ vroeg ik wat liefelijker. Hij zweeg en klemde zich om Mark’s been. ‘Ik wil niet’ zei het met een ijl stemmetje. Mijn blik ging van zijn smekende ogen naar die van Mark. En toen besloot ik het.
Ik zou het hem later, veel later pas vertellen.