zondag 26 augustus 2007

Hormoonhuishouding

Ik schrik er soms van hoeveel invloed mijn hormonen op me kunnen hebben. Dan lijkt het net of ik opeens een heel ander iemand ben. En het erge is dat ik het zelf nog door hebt ook, maar er op dat moment maling aan heb. Met een lang gezicht iedereen afsnauwen en als Mark er dan grappend iets van zegt natuurlijk verontwaardigd ontkennen. Daarna lachen we er altijd om.
Maar soms lijken de gedachten zo kwaadaardig dat het me echt bezighoudt. Dan is het niet leuk meer. Dan voel ik me er schuldig over.
We waren met zijn vieren naar het park. Mark, Tobi, Suus en ik. Suus was net weer aan de kant gezet door haar laatste vlam Jeroen (hij had gezegd dat hun kijk op seksualiteit te veel verschilde of zoiets) dus Mark stelde voor dat we haar wel mee konden nemen. Om haar een beetje op te vrolijken (de lieverd) Ze had al vier dagen eenzaam op haar kamer liggen kniezen dus we hebben haar met een bliksemoverval meegesleurd. Genoeg is genoeg.
In het park hebben we tussen de frisbeeende mensen en joggers en skaters een kleedje neergelegd in het gras. Het was mooi weer dus dat zat helemaal goed. Een picknick mand erbij en onze dag kon niet meer stuk.
We hadden ook een bal meegenomen zodat Tobi wat kon spelen met Mark. Mark probeert een echte voetballer van hem te maken. Maar Tobi lijkt het leuk te vinden dus ik laat het maar.
Na wat broodjes en een uitgebreid relaas van de relatiebreuk van Suus kwam de bal tevoorschijn. Mark pakte hem met een grote grijns, Tobi begon meteen enthousiast op en neer te springen. Dus ze begonnen verderop wat over te schieten (of hoe noem je dat?) Het is zo’n schattig gezicht. Tobi die met een fanatiek gezicht en een aanloop van een metertje of tien een loei geeft tegen de bal die maar een paar metertjes vooruitrolt. En Mark die bij elk schot hem jubelend de hemel in prijst. Je moet die trotse kop van Tobi dan eens zien. Heerlijk is dat.
Maar goed, zij waren dus wat aan het overschieten terwijl ik het verhaal van Suus over de breuk aanhoorde. Over dat alle mannen klootzakken zijn (behalve Mark dan, hihi) en dat soort dingen. Totdat Mark de bal stillegde en Suus gebaarde dat ze mee moest doen. Dat is Mark zijn manier om haar een beetje op te vrolijken. Want ze zal het nooit toegeven maar Mark en ik weten allebei dat ze niets liever wilt dan een gezinnetje zoals wij dat hebben. Ze zegt altijd wel dat ze die onafhankelijkheid heerlijk vindt en dat ze die lange reizen die ze maakt nooit zou willen opgeven, maar we denken eigenlijk allebei dat ze dat zo hard mogelijk roept om maar niet te hoeven toegeven dat ze eigenlijk zo verlangt naar een leuk gezinnetje voor zichzelf. Daarom proberen Mark en ik haar meestal zoveel mogelijk in ons gezin te betrekken. Als een soort vervanging. En meestal helpt het wel. Ze lijkt op zulke momenten echt gelukkig.
Ik bleef op het kleed zitten. Mijn hormonen hadden me weer eens ernstige krampen in mijn buik bezorgd dus zin om te bewegen had ik helemaal niet.
Terwijl ik naar ze zat te kijken hoe ze vrolijk lachend met zijn drieen aan het spelen waren, overviel me een vreselijk gevoel.
Het was net alsof ik degene was die verlangend keek naar het gezinnetje. Het voelde vreselijk. Alsof ik werd buitengesloten. En toen meteen weer die onredelijke gedachten. Waarom moest Mark zonodig alleen haar roepen? Oke, ik zou toch niet meedoen, maar toch. Hij had het tenminste even kunnen vragen. En zij dan. Meteen zo overdreven enthousiast. Kan ze niet gewoon zelf een leuke vent zoeken ofzo? Blijf met je poten van die van mij af!
En je weet wel dat die gedachten nergens op slaan. Dat hij het alleen doet om haar wat blijer te maken en het juist aardig van hem bedoeld is. En dat zij er ook verder niks aan kan doen, maar toch…. Op zo’n moment gooi je al die redelijke gedachtes overboord en wil je gewoon lekker boos zijn. Haar gewoon een hoer noemen en hem een klootzak. Maar je weet tegelijkertijd dat het niet kan. Dus daar zit je dan met een glimlach toe te kijken terwijl je, je van binnen onnodig zit op te vreten en van alles in je hoofd zit te halen.
Uiteindelijk kwamen ze met zijn drie-en met een rood hoofd en uithijgend terug. ‘Dat was wel even leuk he?’ vroeg Mark met een brede grijns aan Suus. Ik hoop niet dat ze het gezien hebben maar op dat moment vertrok mijn gezicht wel een beetje.
De rest van de dag bleef ik een beetje op de achtergrond terwijl de andere drie vrolijk doorpraatten. Eigenlijk heel logisch aangezien ik toch niet veel zei, maar toch was het olie op het vuur.
Thuisgekomen, toen Suus al naar huis was en Tobi op bed lag vroeg Mark wat er was. Hij doorziet het altijd meteen als me iets dwarszit. Natuurlijk heb ik het niet verteld. Ik zag mezelf al aankomen. Ik zei gewoon maar dat ik moe was. Hij knikte zwijgend.
In bed keek hij me diep aan en vertelde me dat ik de liefste en de mooiste vrouw was die hij ooit heeft gezien. Daarna gaf hij me een dikke zoen. En zoals elke vrouw weet kun je door je maandelijkse probleempje niet alleen heel snel geïrriteerd raken maar ook heel snel ontroerd. Begon ik me daar bijna een potje te janken. Muts dat ik er ben.
Meteen had ik spijt van mijn gedachten. Ik drukte me tegen hem aan. Meteen sloeg hij zijn sterkte arm om me heen. Ik dacht maar een ding. Wat heb ik me weer lopen aanstellen!

woensdag 8 augustus 2007

Wantrouwen

Soms word je wel eens gek gemaakt door alles wat er gebeurt in de wereld. Ik weet niet of er tegenwoordig meer gebeurt dan vroeger of dat je er gewoon meer van hoort maar soms krijg je echt het idee dat de wereld een gevaarlijke plek is en dat de mensen gevaarlijke wezens zijn. Dat zal eigenlijk wel meevallen maar als je de krant leest ga je toch op een gegeven moment wel wat anders denken. Op zulke momenten moet je er weer even aan herinnerd worden dat de mensheid zo slecht nog niet is.
Ik was afgelopen weekend samen met Tobi naar het park. Het was mooi weer en Tobi had weer wat overtollig energie dat hij kwijt moest. Mark was met zijn vader naar de bouwmarkt dus die kon niet mee.
Dus ik met Tobi naar het park. Eerst de eendjes voeren. Het is iets dat ik al met mijn ouders deed en daarom doe ik het nu weer met mijn zoon. En ook hij vindt het weer fantastisch. Sommige dingen zijn gewoon tijdloos.
Na de eendjes naar het speeltuintje. Een soort glijbaan met allerlei klimtouwen en een bruggetje. Ik liet hem alleen een beetje spelen terwijl ik vanaf de kant toekeek. Af en toe zwaait hij dan met een grote grijns als hij boven in de touwen hangt. Totdat mijn telefoon ging. Het was Suus. Ze had weer iets stoms gedaan tegenover haar nieuwe vlam en ik mocht haar er weer van overtuigen dat hij haar er echt niet om zou verlaten. Meestal blijf ik tijdens zulke gesprekken automatisch wel een beetje op letten maar dit keer droomde ik een beetje weg tijdens het gesprek. Toen ik met een zucht ophing, opkeek en glazig naar het klimrek staarde flitste het door me heen. Tobi was weg!
Meteen paniek. Wat als…. Of als….. Ik had beter moeten opletten. Als er iets gebeurd is, is het mijn schuld. Hoe ga ik dat Mark vertellen? Trut dat ik er ben!
Ik heb een halfuur als een kip zonder kop rondgelopen. Volgens mij heb ik echt wat mensen omver gelopen terwijl ik praktisch liep te janken. Ik werd wel vreemd aangekeken maar dat kon me op dat moment niet schelen.
Plotseling zag ik hem staan aan de hand van een wildvreemde vent. Het bloed bevroor in mijn aderen. Wat moest die viespeuk met mijn zoon? Je hoort het steeds meer. Van die goorlappen die niet met hun poten van kinderen af kunnen blijven.
Woest stapte ik erheen. Mijn gezicht stond ijskoud. Ik zou die viespeuk wel even de waarheid vertellen. Een vriendelijke glimlach verscheen om zijn lippen. ‘U bent vast de moeder van deze jongeman’ zei hij terwijl hij met een knikje van zijn hoofd naar Tobi wees. Even was ik van mijn stuk gebracht door zijn vriendelijke toon, maar meteen wist ik mijn kilte terug te krijgen. Je hoort wel vaker dat de ergste criminelen de vriendelijkste mensen lijken.
‘Kom Tobi’ zei ik koel zonder de man aan te kijken. Tobi maakte zich meteen los van de man, kwam naar me toe en pakte meteen mijn hand vast. ‘Ik vond hem bij de waterkant’ begon de man. ‘Ik dacht, ik neem hem mee voordat hij in het water zou vallen’ Ik knikte. ‘Dank u wel’ zei ik zo vriendelijk mogelijk. ‘Geen dank’ zei hij joviaal. Ik perste een glimlachje om mijn lippen. Ik geloofde hem nog steeds niet helemaal. Wat als ik hem niet gevonden had? Wie weet wat er dan was gebeurd? Zo’n man kan wel van alles zeggen.
‘Tot ziens dan maar’ zei ik en ik stak kort mijn hand op. De man groette terug. Ik draaide me om met Tobi aan mijn hand en begon van de man weg te lopen. Nog steeds ontdaan probeerde ik me te bedenken of ik er goed aan had gedaan om zo kortaf te doen tegen de man toen Tobi opeens begon te praten. ‘Mamma?’ zei hij met een dun stemmetje. ‘Ik vond die man een beetje eng’ Het schoot door me heen. Dus toch gelijk! Godzijdank vond ik ze op tijd.
‘Vertel eens waarom je die man zo eng vond’ begon ik terwijl ik stond te trillen op mijn benen. ‘Die meneer begon te schreeuwen toen ik de eendjes achterna liep’
Ik begon uit het niets keihard te lachen. Ik lachte alle zenuwen eruit en meteen om mijn eigen stomme gedrag en rare gedachten. Het was misschien wat ik nodig had om me weer te beseffen dat de mensen niet allemaal een bedreiging zijn maar dat de meeste juist willen helpen die weg te halen.

woensdag 1 augustus 2007

Trotse ouders.

Als moeder weet ik hoe trots je kunt zijn op je kind. Ik kan ook vol trots vertellen over Tobi maar sommige ouders gaan toch echt iets te ver. Soms lijkt het wel een wedstrijdje te zijn. Sommige ouders willen dat hun kind net iets bijzonderder is dan die van anderen. Alsof hun kind iets is waarmee ze moeten opscheppen bij anderen . Ik kan me daar echt boos om maken. Een kind moet lekker kind kunnen zijn. Laat de volwassen maar zelf iets zoeken waar ze trots op kunnen zijn. Zoiets kan me echt bezighouden.
Van de week heb ik zoiets meegemaakt. Altijd als ik Tobi naar school breng maak ik een praatje met de andere ouders. De meeste ouders zijn wat ouder dan ik maar dat maakt niks uit. Meestal gaan die gesprekjes toch alleen maar over koetjes en kalfjes, maar er was een vrouw bij van ongeveer onze leeftijd die me iedere keer aansprak. Er was wel klik. We waren allebei jong en wisten allebei hoe het was om het wilde uitgaansleven op te geven om voor je kind te zorgen. Niet dat een van ons twee dat erg vond maar toch. Je snapt elkaar.
Maar goed, een paar gesprekjes later kwam de grote vraag. Zullen we een keertje wat afspreken? Nou vind ik het altijd leuk om nieuwe mensen te leren kennen en ik weet dat Mark er ook geen probleem mee heeft dus de datum werd geprikt.
We hadden afgesproken dat we het begin van de avond zouden doen zodat de kinderen niet later op de avond dreinerig zouden worden.
We hadden alles die avond klaar gezet. De grote tafel gedekt voor de volwassenen en een camping setje voor Tobi en Fadjar (zo heette hun zoontje) zodat ze tussendoor samen konden spelen en niet de hele avond bij de grote mensen aan tafel hoefden te blijven.
Toen de deurbel ging stonden we allemaal keurig in onze posities. Mark op de bank met zijn biertje, ik met een grote glimlach bij de deur en Tobi met zijn nieuwsgierige neus erbovenop.
Na het gebruikelijke handen schudden gingen we op de bank zitten. Het viel me meteen al op dat hun zoontje en Tobi niet meteen samen gingen spelen, maar dat hij tussen zijn ouders op de bank ging zitten. Tobi stond er wat verloren bij. Zo’n beteuterd gezichtje. Maar ik vond het niet mijn plek om hem te vertellen dat hij met Tobi moest gaan spelen.
Daar zaten we dan, op de bank. Hij in het midden met zijn handjes op zijn knieen en zo’n ernstig koppie. Ik kreeg echt medelijden met dat jong.
Het was weer net zoals wanneer mijn ouders vroeger tussen mijn vriendengroep zaten alleen nu was het met een kind tussen ons in. Ik weet niet waarom maar je voelt je dan toch om de een of andere reden geremd.
De man begon te vertellen over hoe ze zichzelf hadden gevonden. Hoe hij zich eerst liet afleiden door materiele zaken maar hoe hij nu was teruggekeerd tot zijn oerbron. Meteen zag ik Mark zijn gezicht vertrekken. Hij moet niks hebben van dat soort dingen.
Bij het eten kwam Fadjar bij ons aan tafel zitten. Ik vroeg hem nog of hij niet gezellig bij Tobi wilde zitten maar zijn ouders zeiden dat ze vonden dat je een kind net als een volwassen moest behandelen. Ik heb het maar zo gelaten en Tobi gevraagd of hij ook bij ons kwam zitten. Met veel morren schoof hij uiteindelijk aan.
Aan tafel begon het. Hun zoontje was een nieuwetijdsekind. Ik zag een spottende grijns om Mark zijn lippen verschijnen. Ik heb hem het hele diner scherp in de gaten gehouden om te voorkomen dat hij spottende opmerkingen zou maken. Daar is hij goed in. Meestal zo goed dat de ander niet eens doorheeft dat hij ze in de maling neemt.
Het jongetje begon op aansporen van zijn ouders te vertellen. Met een ernstig gezicht en ritmisch. Alsof hij het opdreunde. Over dat mensen door materiele verlangens afdrijven van hun oerbron en dat soort dingen. Met open mond keken Mark en ik toe. Tobi speelde verveeld met zijn eten.
Toen het jongetje stopte met praten en zwijgend verder ging met eten aaide zijn moeder met een trots over zijn hoofd.
‘En hij kan mensen heel goed doorzien. Hij voelt hun energie’ voegde de vader er met een even trots gezicht aan toe.
De hele avond hebben we zwijgend doorgegeten terwijl de ouders doorvertelden over hun eigen rol als begeleider van hun bijzondere zoontje.
Sorry, maar ik kan daar niks mee. Het enige dat ik kon doen was af en toe een blik op het jongetje werpen en medelijden met hem voelen. Zo jong, en dan al opgezadeld met de zware verantwoordelijkheid om op te treden als showpopje van ouders die op die manier iets willen compenseren ofzo.
Toen ze weg waren en we bezig waren alles op te ruimten begon Tobi die de hele avond had gezwegen, opeens te praten. ‘Mamma’ zei hij twijfelend. ‘Ik vond die mensen een beetje raar’ Mark bleef stil staan met een paar borden in zijn hand en glimlachte breed.
‘Dat heb je goed doorzien Tobi’ zei hij. Daarna keek hij op naar mij. ‘Hey, misschien is onze zoon wel een nieuwetijdsekind’